Geschiedenis

Koninklijke Harmonie

Sint-Remigius

Haacht

De geschiedenis van onze harmonie

 

100 jaar geleden: een politieke strijd

 

Bij Jef De Bie prijkt het reglement van de Koninklijke Harmonie Sint Remigius. Het is een fraai geschreven, geïllustreerd en ingelijst werkstuk en dateert van 25 oktober 1907, de dag waarop de eerste statuten van onze vereniging werden opgemaakt. Een afschrift van dit reglement werd destijds door Isidoor Coop gedrukt en verspreid onder de leden.

Dit bezienswaardig document is het enige officieel gegeve, waarop wij ons kunnen baseren om de vroege geschiedenis van de harmonie samen te stellen. Vanaf 1955 zou de toenmalige schatbewaarder Maurice Peeters het initiatief nemen om alle evenenmenten van onze harmonie op te schrijven.

 

Ondanks het ontbreken van schriftelijke bewijsstukken, kunnen wij met zekerheid vaststellen dat de stichting van onze harmonie het gevolg was van de bittere politieke strijd die er destijds te Haacht tussen 'de blaa en de sussen' woedde en meer bepaald na twee woelige verkiezingen; in 1903 (een tussentijdse verkiezing ) en in 1906.

 

In 1903 hadden de liberalen voor het eerst de verkiezingen gewonnen, maar door het plotseling ontslag van Leopold Huybrechts viste de liberale kandidaat Gerard Feremans achter het net, in casu de burgemeestersjerp. Burgemeester Jozef De Veuster, nochtans aanvankelijk niet herkozen, bleef in de gemeenteraad en behield zijn zitje.

Nooit, zelfs niet tijdens de beruchte schoolstrijd of tijdens de rumoerige periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog, stonden de politieke tegenstanders zo verhit tegenover elkaar. Vooral in de shcoot van de fanfare Sint-Cecilia, de enige muziekmaatschappij in het centrum, werd zwaar aan de mislukking van haar voorzitter Feremans getild.

 

In 1906 hadden nieuwe en ditmaal volledige gemeenteraadsverkiezingen plaats en in een gespannen sfeer behaalden de katholieken ditmaal de meerderheid met 6 zetels tegen 3.

In hun overwinningsroes en ook om de schimpscheuten van hun traditionele tegenstrevers betaald te zetten, besloten de 'sussen' de 'blauwe vlag' te gaan begraven en hun eigen muziekmaatschappij op te richten. Dankzij de enthousiaste aanpak verliep de oprichting zeer vlot. Burgemeester De Veuster, die de nieuwe vereniging als een steunpilaar voor zijn politieke bedoelingen beschouwde, was het meeste opgetogen. Maar de voornaamst financiële kracht was brouwer Janssens. Hij werd dan ook als voorzitter verkozen. In deze functie kreeg hij niet alleen de grootste volmacht inzake het dageleijks beheer toegewezen, maar voelde ij eich persoonlijk verplicht een aantal instrumenten te kopen. Artikels 11 en 21 van het reeds vermelde regelment bevestigen deze gegevens.

 

Het bestuur zag er als volgt uit:

 

  • Jozef De Veuser, erevoorzitter
  • Petrus Janssens, voorzitter
  • Guillaume Vanderhoeven, ondervoorzitter
  • Karel Cools, schrijver
  • Gerard Leenen, schatbewaarder
  • Alexander Vanderhoeven, boetemeester
  • Alfons Faes en Louis Verhoeven, leden

 

De rekrutering van muzikanten en ereleden liep eveneens gesmeerd. Verschillende spelende leden van Sint-Cecilia die zich wegens hun katholieke strekking niet meer op hun gemak voelden in de oude fanfare, kwamen overgestapt. Bovendien werd de toen nog bekwame Theophiel Dusson als muziekmeester aangeworven, zodat de spelende leden van het familie-orkest Suske Muziek (waar Dusson chef was), zich ook bij de harmonie aansloten. Tenslotte werden verschollende leden van de zangvereniging De Eendracht, waarvan o.a. al de kerkzangers lid waren, aangetrokken door kopermuziek. Hun dirigent en koster Jozef Faes beschouwde de harmonie aanvankelijk echter als een verwerpelijke concurrent.

 

De jonge muziekvereniging was natuurlijk niet zo kapitaalkrachtig dat zij zich een vaandel konden aanschaffen. Daarom werd in de schrijnwerkerij Kiebooms, waar men fervent aanhanger was geworden, een houten plaat vervaardigd waarvan zowel voor als achterkant even sierlijk waren afgewerkt met fraaie letters en ornamenten.

Jan-Baptist De Becker was de trotse vaandrig van dit historisch en niet makkelijk hanteerbaar pronkstuk.

 

Tenslotte weze nog opgemerkt dat de eerste vergaderingen en muzieklessen niet, zoals algemeen wordt aangenomen, bij Petrus De Cauter (den botser) plaats hadden, maar wel bj Leon Gillemot (Noene). Enkele maanden later verhuisde de harmonie toch naar 'den Botser' op het gemeenteplein (de huidige herber Den Anker) en begon de definitieve ontplooiing.

 

 

 

De beginjaren

 

Zonder preciese cijfers te kennen wegens ontbreken van enig kasboek, mogen wij er toch zeker van zijn dat in de beginjaren financiële offers werden gevraagd van de leden en dat het lidgeld van de 'members' vrij hoog lag. Gelukkig zorgde de brouwerij 'De Leliebloem' van voorzitter Janssens voor milde steun, zonder dat enige publicitaire tegenprestaties werden gevraagd.

 

Op muzikaal gebied raakte men de kinderschoenen ontgroeid. Dis was echter vooral te danken aan de blijvende musiceerlust van de muzikanten en minder aan dirigent Dusson, wiens kwaliteiten werden aangetast door zijn legendarische drankzucht. Nog voor de Eerste Wereldoorlog ontstonden zoveel moeilijkheden door zijn onstandvastigheid dat hij vervangen werd door de knappe pistonspeler van de harmonie zelf: Felix Paternoster. Deze levenslustige mens, afkomstig van de Wespelaarsestraat, maar sinds zijn huwelijk café-uitbater in de Neerstraat te Wespelaar, stelde zeker geen hogere eisen aan de muzikanten dan zijn voorganger. Enerzijds was hij zelf minder geschoold dan Dusson, maar anderzijds oordeelde hij zeer nuchter over de kwaliteiten en gebreken van zijn harmonieleden.

 

Omdat de gevestigde muziekverenigingen van Haacht zich nogal laagdunkend uitlieten over de bescheiden houten plaat, werd door het bestuur een speciale inspanning geleverd om ook een standaard aan te schaffen. In 1912 was het zover: de inhuldiging en wijding van de prachtig geborduurde standaard viel samen met de aanstelling van Leopold Huybrechts als burgemeester. Voor Tiske Bekker was deze dag zeker zo heugelijk als voor de nieuwe burgervader

 

De inval van het Duitse leger in 1914 legde alle muzikale bedrijvigheid stil in ons land. Het vereningingsleven te Haacht zou zich pas na 1920 herstellen. Van dat ogenblik af werd er in onze gemeente met volle teugen van genoten. De oorlogsellende had de politieke tegenstellingen tussen 'de blaa en de sussen' niet geheel opgelost, maar de mensen waren door de grauwe jaren toch eensgezinder geworden. Uitstappen, kermissen, bals, festivals en concergen werden in ere hersteld en bij praktisch elk evenment was muziek betrokken. De muziekverenigingen in Haacht gingen een plezierige tijd tegemoet.

 

 

 

Wel en wee tussen de twee Wereldoorlogen

 

De komende bloeiperiode van de harmonie 'Sint-Remigius' lag in de lijn der verwachtingen: na vijf zwijgezame jaren grepen de muzikanten des te gretiger naar hun instrument en werkte het bestuur onafgebroken aan de uitbouw van haar vereniging. Dirigent felix Paternoster was ondertussen weduwnaar geworden en bij zijn stifdochter te Mechelen gaan wonden. Zijn verplaatsing naar Haacht verliep niet altijd gemakkelijk ook al omdat de repetitie niet zelden tot in de vroege urutjes duurde. Hij miste meermaals de laatste trein en bleef noodgedwongen bij secretaris Faes overnachten.

Toch bleef hij zijn functie uitoefenen tot omstreeks 1927. Dan werd hij opgevolgd door Hendrik Umans, beter gekend als 'Rik Sigaar'. Volgens de overleveringen zou er tuseen Patenoster en Umans nog een andere chef zijn geweest, afkomstig uit de Wespelaarsestraat die men Jef Muziek noemde. Opzoekingen naar deze mysterieuse figuur hebben niets oopgeleverd en wij hebben het stellige vermoeden dat Jef Muziek en Felix Paternoster één en dezelfde persoon zijn.

 

De nieuwe chef slaagde ering het vertrouwen van de muzeikanten op te vijzelen en er kwamen ongetwijfeld moeilijkere partituren op de lessenaars. Voor de opleiding van jonge muzikanten kon de chef rekenen op de hulp van Felix De Cauter en na diens overlijden op August Van Loo.

In 1935 was de nieuwe herberg van De Cauter naast de pastorie voltooid en de harmonie verhuisde met de lokaalhouder mee naar de Brabantsestraat.

In datzelfde jaar overleed brouwer Janssens. Louis Verhoeven, medestichter, burgemeester sinds 1932 en provincieraadslid sinds 1928 werd de nieuwe voorzitter.

In 1937 werd Rik Umans opgevolgd door de bedrijvige Theofiel Van Bever, een bekwaam muzikant uit Rotselaar en door zoveel muziekverenigingen aangezocht dat hij in die jaren avond na avond tientallen kilometers affietste om al deze maatschappijen te onderrichten en te leiden.

 

De mobilisatie en de Tweede Wereldoorlog legde andermaal het verenigingsleven plat en ook de leden van onze harmonie hadden in deze zwarte periode andere katten te geselen. De instrumenten gingen voor onbepaalde tijd aan de haak ..... .

 

 

 

Na de Tweede Wereldoorlog

 

 

De bevrijding kwam in 1944 en ons volk snakte naar ontspanning, naar werk en naar ....muziek. De harmonie 'De Werker' ondernam reeds een paar dagen na de bevrijding een opgemerkte uitstap naar Sint-Adriaan. Ook in de Brabantsestraat stak men vrijwel onmiddellijk de koppen bij elkaar en werden voldoende muzikanten bij elkaar getrommeld om de werkzaamheden te hervatten.

 

Een nieuw bestuur werd gekozen en zag er als volgt uit:

 

  • Leon Cammaert, voorzitter en schatbewaarder
  • Louis Vanderhulst, ondervoorzitter
  • August De Becker, schrijver
  • Frans Sallarts, Jozef Van Eyken, Frans Kiebooms, Guillaume Van Goolen, Jozef De Becker, Louis De Keyser en Maurice Peeters, leden
  • De oude Louis Verhoeven werd erevoorzitter

 

De dirigeertok bleef in handen van Theofiel Van Bever en Guillaume Van Goolen gaf solfègeles aan de eerste beginnelingen in de bakkerij van zijn vader. Zoals na de eerste wereldoorlog werd er naarstig gemusiceerd en dankzij een doorgedreven ledenwerving raakte de harmonie stilaan aan de gewenste bezetting. De financiële problemen werden omzeild dankzij de succesrijke Vlaamse Kermissen in het park 'Vanderschrieck' in de Vekestraat.

Een primeur voor ons dorp was het aanschaffen van de eerste petten in 1947

 

 

 

De jaren 50 en 60

 

Voorzitter Cammaert had zich in 1983 zowel uit de gemeentepolitiek als uit het bestuursapparaat van de harmonie teruggetrokken en een nieuwe bestuursverkiezing bracht de volgende ploeg aan het roer:

 

  • Guillaume Van Goolen, voorzitter
  • Louis Vanderhulst, ondervoorzitter
  • Maurice Peeters, kassier
  • Karel De Cauter, schrijver
  • Frans Kiebooms, Kamiel Schelfhout, Louis De Keyser, Lucien Havelaerts, Frans Vedts, Jozef De Becker, Frans Sallaerts en Leonard Van De Velde, leden

 

Jozef Van Eyken werd de nieuwe erevoorzitter. In 1955 werd Felix Zephirin in het bestuur opgenomen.

De jonge would-be muzikanten werden opgeleid door Frans Vedts en Louis De Keyser. Ondertussen was Theo Van Bever tot het besluit gekomen dat moderne stukken dienden aangeleerd te worden. De dirigent bleek de harmonie niet te overschatten want door de muzikale beriedheid en de aansluiting van enkele knappe muzikanten raakten de moeilijke thema's inderdaad aangeleerd. Het eerste resultaat kwam reeds in 1956 uit de bus: de eerste prijs op het festival van Nieuwrode.

 

In die jaren kwam er ook een innigere samenwerking tot stand met turnvereniging 'Excelsior' en de Haachtse sport en wielerclub. De harmonie verzorgde de muzikale omlijstingen van de turngala's en werkte mee aan de inrichting van tal van wielerwedstrijden in onze gemeente.

 

Op 20,21 en 28 juli 1957 werd het 50-jarig bestaan met een grandioos festival gevierd. De organisatie was in handen van een feestcomité onder leiding van Maurice Peeters. Er waren 40 deelnemende muziekverenigingen en er was een premie voorzien voor de grootste vereniging en voor wie van het verste kwam. Na een optocht door het dorp waren er concerten in de feesttent op de weide van Oktaaf De Pelsmaeker. Hier werden bovendien de nog levende pioniers van 1907 soecuaak ub de bkeileb gezet: Jozef De Becker, Jozef Van Eyken, Gregoor Derboven, Frans Kiebooms, Frans Sallaerts, Karel Vedts, Jozef en Karel Wolfs. Frans Kiebooms was trouwens muzikant sedert de stichting.

 

In het najaar van 1959 werd dirigent Van Bever ernstig ziek en werd Eduard Casteels als zijn vervanger aangeworven. De nieuwe chef had als veelzijdig muzikant ook elders verplichtingen en miste daardoor al eens een repetitie. Dan werd hij vervangen door Louis De Keyser.

 

In november 1960 had er een grondige bestuurswisseling plaats en de nieuwe voorzitter, Rene Ceulemans kraag de volgend medewerkers:

 

  • Guillaume Van Goolen, ondervoorzitter
  • Maurice Peeters, kassier en secretaris,
  • Leonard Van De Velde, Engelbert Wouters, Alfons Kennis, Jozef De Becker, Alfons Verbeeck, Louis De Keyser, Edmond Van Craen en Jozef Vandenbroeck, leden
  • Jozef Van Eyken bleef erevoorzitter

 

In augustus 1961 behaalde Casteels een triomfantelijke uitlsg met de harmonie in de Koningin Fabiolawedstrijd te Aerschot: de eerste prijs met grote onderscheiding. In 1965 nam hij evenwel ontslag, al bleef hij vooralsnog spelend lid. In mei van dat jaar werd de ondertussen befaamde Frans Van Kerckhoven de nieuwe dirigent.

 

In datzelfde jaar werden de oude petten afgedankt en vervangen door mooie groene kepies en een zwart strikje.

 

Na het overlijden van Frans Vedts nam Gust Van Loo terug de muziekopleiding op zich en daarna Luc Derboven tot de oprichting van de muziekschool.

 

 

 

'Koninklijk'

 

Het brevet waardoor de harmonie 'Sint-Remigius' de officiële toelating kreeg om de titel 'koninklijk' in haar benaming te voeren, werd ons in 1968 door de provinciegouverneur overgemaakt. Door deze toekenning was de benaming op de oude standaard niet meer volledig en bovendien kwam er onmiskenbaar sleet op ons dierbaar kenteken. Niet zonder spijt werd hij op zolder gezet en werd een nieuwe vlag aangekocht, door vaandrig Frans Verbeeck met het nodige plichtsbesef in ontvangst genomen.

Het leek wel of onze harmonie nieuwe impulsen had gekregen. In een periode waarin de jeugd van ons dorp als nooit tevoren tot de voetbalsport werd aangetrokken door de ophemakende opgang van Olympia Haacht, werd de jeugdpolitiek van het bestuur dermate beloond dat het muzikantenpotentieel fel de hoogte in ging. In 1969 werd Luc Derboven in het bestuur opgenomen als voorzitter van de jonge muzikanten.

In deze hoogconjunctuur viel het aangekondigde ontslag van Frans Van Kerckhoven dan ook als een donderslag bij heldere hemel. Als solist bij de Muziekkapel van de Gidsen en naaste medewerker van Theo Mertens kon hij het vele werk niet meer aan en diende zijn contracten te verminderen. Gelaten werd naar een geschikte opvolger gezocht en men vond Jozef De Smedt.

 

Vanaf zijn eerste repetitie op 6 januari 1971 bleek dat de harmonie een goede keuze had gedaan. Het muzikaal peil ging sinds zijn aanstelling gestaag omhoog. Jef De Smedt bracht nieuwe stukken, zzlf gecomponeerd of arrangementen van zowel klassieke muziek asl van musicals. De bewerkingen waren specifiek voor de bezetting geschreven in een klaar en duidelijk handschrift. De repetities vergden wel wat inspanning maar de muziek was voor muzikanten en toehoorders aangenaam.

 

In 1974 nam Jef Janssens de fakkel over als kassier van Maurice Peeters. Frans Verbeeck kwam bij het bestuur als secretaris in 1976. Er werd in die jaren op geen inspanning gekeken: de auto- en motoshows van '75 to '79 in Don Bosco waren tekenend voor de werkkracht van het bestuur en de leden. Wisse van Goethem was met enekel helpers ekle keer weken in de weer met het maken van de reclamepanelen.

 

 

 

75 jaar

 

Sinds 1979 is binnen de harmonie gestart met een muziekschool. Met deze vrij zware investering werd de basis gelegd van een actieve jeugdwerking. Zowel de opleidingen notenleer als instrument worden binnen de harmonie georganiseerd. Na enkele jaren muziekschool resulteerde dit in een jaarlijkse leerlingenvoordracht, de opendeurdag van de muziekschool.

 

In 1978 werden de uniformen met nieuwe keppies aangekocht. Het eerste optreden in uniform was de opening van de witlooftentoonstelling. Bij het overlijden van Narre Van De Velde in 1978 ging, op zijn vraag, de oude keppie symbolisch mee in het graf.

 

In 1982 waren er nieuwe bestuursverkeizingen. Voorzitter Rene Ceulemans had de volgende medewerkers:

 

  • Guillaume Van Goolen, ondervoorzitter
  • Jef Janssens, kassier
  • Frans verbeeck, secretaris
  • en als bestuursleden: Jan Boon, Jos Corbeels, Jean De Bie, Paul Deca, Roger De Keyser, Vic Fonderie, Fons Kennis en Fons Van Den Acker
  • erevoorzitter was Felix Zephirin en erebestuurslid Jef De Becker.

 

In 1982 was het dan zover. De Koninklijke Harmonie 'Sint-Remigius' Haacht werd 75 jaar en dat werd gevierd met een jubileumfestival op 26 en 17 juni in Don Bosco. Het feestcomité stond onder leiding van Fons Van Den Acker met secretaris Paul Ceulemans en leden Rene Ceulemans, Robert Cleynhens, Jef De Bie, Luc Derboven, Juul Derboven en Vic Fonderie.

De feestelijkheden werden ingezet met een stoet waarin de verschollende vlaggen werden meegedragen waaronder de vlag van het oude zangkoor en de houten standaard. Over de historiek van 75 jaar was er een tentoonstelling met heel wat foto's en oude instrumenten. Met de medewerking van André Van Aerschot werd er ook een boekje uitgegeven. Aan het muziekfestival werd deelgenomen door 26 muziekverenigingen en de concerten gingen door op twee podia. Twee pionier van het eerst uur waren nog aanwezig op de viering: Gregoor Derboven en Jozef De Becker.

 

 

 

De recente geschiedenis

 

Na de feestelijkheden voor de 75ste verjaardag besloot dirigent Jef De Smedt er mee te stoppen om gezondheidsredenen. Na een beetje zoeken werd een nieuwe jonge dirigent gevonden. Op 15 september 1982 gaf Rudy Haemers zijn eerste repetitie in het lokaal bij Charel en Maria. De harmonie telde toen 39 muzikanten. Met een piepjonge dirigent was het wel even aanpassen voor de muzikanten, maar vrij snel groeide het wederzijdse vertrouwen. Stap voor stap werd aan de weg getimmerd om de vereniging muzikaal op een hoger peil te brengen. Ondertussen werden de resultaten van de muziekschool zichtbaar. Steeds meer jonge muzikanten vervoegdenonze rangen. Op de concerten werd dan ook een optreden van het jeugdensemble op het programma gezet, eerst onder leiding van Rudy Haemers, daarna onder de leiding van Kris De Bie en nu van Leen Coremans. Begin jaren 90 was er inde zomer een jeugdnamiddag met barbecue en volksspelen. Vanaf 1998 worden tijdens de kersvakantie play-ins georganiseerd voor de jeugd, afgesloten met een concert.

 

Muzikaal had de wind in de zeilen. Door de toename van het aantal muzikanten konden de repetities niet meer doorgaan in het lokaal.Sinds 1991 wordt er gerepeteerd in zaal 'Onder den Toren',eerst in de foyer en dan in de grote zaal. Met de concerten dienden we ook te verhuizen, van de zaal 'Onder den Toren' naar Don Bosco in 1994.

 

In 1987 kregen we (onder impuls van Jef Dockx) het bezoek van de musikkappelle van Sankt Georgen an de Leys uit Oostenrijk met dirigent Willli Leichtfried. Voor de organisatie werd een feestcomité opgericht onder leiding van Fons Van Den Acker. Naast optredens van verschillende muziekverenigingen was er ook een Schuhplattergroep uit Scheibbs. In 1989 volgde een tegenbezoek, de eerste buitenlandse reis voor onze harmonie endirect met meer dan 100 deelnemers. Naast concerten in de plaatselijke brandweerkazerne stonden uitstappen in Nieder Österreich op het programma. In 1994 was er terug een bezoek bij ons en er worden nog steeds contacten onderhouden.

 

Bij die ene reis is het niet gebleven. Er volgden nog muziek- en vakantieuitstappen naar het Holzgau in Oostenrijk (1997), naar Rokytnice in Tsjechië (2001), naar Neukirchen in Duitsland (2007) en recenter naar Fieberbrunn in Oostenrijk (2011). De reizen werden steeds zorgvuldig voorbereid met een bezoek ter plaatse om duidelijke afspraken te hebben en een programma zonder verassingen te maken. Telkens was er sponsoring van de kas voorzien.

Naast de grote reizen stonden er ook verschillende daguitstappen met concert op het programma. Een voorbeeld hiervan is de uitstap naar Luxemburg in 1998 met een concert op de Grande Place in de hoofdstad en een bezoek aan Echternach met voor de leifhebbers een wandeling in 'klein Zwitserland'.

 

Rond muzikale organisaties hebben we ook niet stilgezeten. In nauw overleg tussen de dirigent en het bestuur kwamen deze tot stand. In 1992 hadden we een concert door de Muziekkapel van de Rijkswacht in Don Bosco met als gastsolist Rudy Haemers. Vanaf 1990 worden om de 3 à 4 jaar kerstconcerten georganiseerd in de kerk in samenwerking met het zangkoor Cantdylia. In 1996 was er een benefietconcert voor Rozemarijn in de kerk van Keerbergen. In 2004 namen wer deel aan de 11-juli viering op de Grote Markt in Brussel.

 

Ook de muziekwedstrijden blijven belangrijk. In 2002 werd na hard werken op het provinciaal tornooi een uitslag van 95% behaald in ereafdeling. Dit was een succes voor de vereniging, voor de muzikanten en voor dirigent Rudy Haemers. Ook in 2010 werd er meegedaan aan de provinciale wedstrijd en toen werd er 87,5% behaald in de ereafdeling.

 

Belangrijk ook voor onze vereniging is het ledenblad. Kassier Jef Janssens was hiervan de bezieler en in 1999 werd het eerste nummer van 't Remike uitgegeven.

 

Na 37 jaar voorzitter overleed Rene Ceulemans in 1997. In 1998 werd hij opgevolgd door Alex Van Goolen. Kassier Jef Janssens overleedin 2003. Zijn dochter Marleen Janssens nam hier de boeken over.

 

In de beginperiode was een muziekvereniging een exclusieve mannenwereld. Eind jaren 60 en vooral dankzij de muziekschool zijn er vrouwelijke muzekanten bijgekomen. In het huidigen bestuur kunnne we ons ook verheugen op de meewerking van 3 dames.